Door: Loïs Hesp
Een net iets te lang afscheid voor de voordeur of een hopeloos romantische zoen in de regen: zoenen is en blijft een ding. In elke romcom gebeurt het, na een geslaagde date hoop je erop (liefst zonder botsende tanden) en na drie drankjes in de kroeg lijkt het ineens een uitstekend idee om met iemand mond-op-mond te eindigen.
Maarre, waarom vinden we het eigenlijk zo lekker om onze tong tegen die van iemand anders te duwen? Want als je erover nadenkt, is het best een gek concept.
Tong tegen tong
Zoenen is in de basis niets meer dan lippen die elkaar raken en tongen die elkaar opzoeken. Klinkt romantisch, tot je bedenkt dat het technisch gezien gewoon een ontmoeting met speeksel in overvloed is. Daarnaast, wie weet wat die ander net heeft gegeten? Knoflook… ui? En tóch: we zijn er dol op. Sterker nog, we zoeken het zelfs op.
Volgens onderzoek van de Universiteit van Albany is zoenen niet alleen maar leuk, maar ook functioneel. Ja, echt. Je lichaam gebruikt een zoen als een soort biologische screening voor een potentiële partner. Tijdens het zoenen wissel je niet alleen speeksel uit, maar ook allerlei chemische signalen. Je brein vangt die op en maakt razendsnel een inschatting: is deze persoon gezond? Past dit bij mij? Terwijl jij denkt 'dit is best een lekkere zoen', is je lichaam stiekem bezig met, 'zou ik met deze persoon een toekomst kunnen opbouwen?'
Lees ook: Hoe lang blijft speeksel nou écht in je mond hangen na een zoen?
Van vlinders naar vonken
Naast dat hele biologische verhaal is zoenen natuurlijk ook gewoon lekker. Tenminste, als het goed zit. Want een slechte zoener? Dat kan je hele crush binnen tien seconden om zeep helpen. Maar als het wél klikt, gebeurt er van alles. Je lichaam maakt dopamine en serotonine aan (je gelukshormonen), je hartslag gaat omhoog en die spanning richting meer ontstaat. En om er nog een schepje bovenop te doen: er zit testosteron in het speeksel van mannen, wat kan bijdragen aan opwinding en extra vonken.
Alsof dat nog niet genoeg redenen zijn om te smoochen: zoenen wind niet alleen op, het kan je ook helpen te ontspannen. Tijdens het kussen daalt je stresshormoon: cortisol. Dus die lange zoen na een drukke dag? Dat is eigenlijk selfcare met een bijsmaakje.
Zoenen op de dansvloer
Mocht je je afvragen waarom iedereen een stuk zoenlustiger is na een paar drankjes? Da's heel simpel: alcohol geeft je zelfvertrouwen een boost en je remmingen een zetje richting de uitgang. Dingen die je normaal spannend vindt, zoals op iemand afstappen of die eerste move maken, voelen ineens een stuk minder ingewikkeld. Je denkt minder na en doet meer. Soms pakt dat goed uit. Soms… iets minder. Maar hé, dat hoort er ook een beetje bij.
Lees ook: Hooikoorts? Een potje tongen kan helpen
De echte reden dat we zoenen
Uiteindelijk is zoenen dus een cocktail van biologie, spanning, hormonen en een beetje impulsiviteit. Het is een manier om te checken of iemand bij je past, maar ook gewoon een excuus om lekker dicht bij iemand te zijn. We doen het niet alleen omdat het 'zin heeft', maar vooral omdat het fijn voelt.
Of het nou een snelle kus is voordat iemand de deur uitgaat of een licht beschonken actie tussen de discolichten, zolang het goed voelt, heb je al gewonnen. Al is het misschien wel slim om de volgende ochtend even te checken met wie je allemaal precies hebt gewonnen.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))